Het excuus van onwetendheid

• Shaykh al-‘allaamah Mohammed ibn Saalih al-‘Oethaymien

Shaykh al-‘Oethaymien – rahimahoe Allaah – legde het volgende profijt uit in zijn tafsier van soerah al-An’aam (tafsier al Kariem, Dar ibn al-Djawzie, 1433 blz. 39)

HET TWEEDE PROFIJT: Dat dit oordeel is voor degene tegen wie het bewijs geleverd is, dit omdat de waarheid hem bereikt heeft. Maar degene die de waarheid niet kent, hij valt onder (één) van twee soorten (mensen):

– Of hij hangt de ware religie aan zonder dat hij deze [daadwerkelijk] kent. Hij bidt, geeft aalmoezen (zakaat), vast en verricht de hadj maar zoekt hulp bij de doden. Hieromtrent zeggen wij dat we over hem oordelen dat hij tot de islaam gerekend wordt als het bewijs niet tegen hem geleverd is.

– Of hij hangt een valse religie aan en schrijft zich niet toe aan de ware religie. De oorsprong is dat hij de Islamitische religie niet aanhangt en het bewijs heeft hem ook niet bereikt. Hij weet niet dat hij zich op dwaling bevindt. Maar hij hangt [dus] een andere religie aan dan de islaam. Wij behandelen hem als een ongelovige. Vandaar dat wanneer iemand vanonder de niet-moslims overlijdt en de da’wah [van islaam] heeft hem niet bereikt dan bidden wij niet over hem, noch vragen wij om vergeving voor hem omdat hij een andere religie dan islaam aanhangt. Wat betreft in het hiernamaals, zijn zaak is aan Allaah -Azza wa Djal-.

Maar wanneer hij een moslim is, de Islaam aanhangt en getuigt dat niemand het recht heeft om aanbeden te worden behalve Allaah en dat Mohammed de Boodschapper van Allaah is, het gebed verricht en de zakaat geeft maar in grote shirk (afgoderij) vervalt zonder ervan op de hoogte te zijn dat het grote shirk is. Hem behandelen we zoals we de moslim behandelen; We wassen hem, wikkelen hem in [in zijn doodskleed], bidden over hem en begraven hem bij ons (moslims), zolang het bewijs niet tegen hem gevestigd is. [einde citaat shaykh al-Oethaymien]

OPMERKING SPUBS: De nieuwe golf van extreme haddaadies, waaronder Abdoellaah al-Djarboe’ beschouwen de uitspraak hierboven als erger dan het standpunt van Djahm bin Safwaan in de kwestie van imaan en beschouwen dit als een verdediging en steun aan het geloof van de moeshrikien en een herleving van de manieren van Dawoed bin Djardjies (gravenaanbidder die weerlegd werd door de kleinzonen van shaykh al-islaam ibn AbdelWahhaab).

Bron: http://www.manhaj.com/manhaj/articles/zmhyr-takfir-and-the-excuse-of-ignorance-shaykh-ibn-uthaymeen-2.cfm

By 

E-mail nieuwsbrief