MANHADJ

Imaam Al-Awzaa’ie zei: “Hou je vast aan de overleveringen van de selef zelfs al wordt je afgewezen door de mensen, en wees gewaarschuwd voor de meningen van personen zelfs wanneer zij die voor jou versieren met uitspraken.” [ash-Sharie’ah: 63]

• Het Permanente Comité voor Islamitisch Onderzoek en Fataawaa

Vraag:

Wat is het oordeel over het specifiek vieren van de 27ste nacht van ramadaan?

Antwoord:

Het specifiek vieren van de 27ste nacht van de maand ramadaan is een geïnnoveerde toevoeging. En het is bevestigd dat de Profeet صلى الله عليه وسلم heeft gezegd:

مَنْ أَحْدَثَ فِي أَمْرِنَا هَذَا مَا لَيْسَ مِنْهُ فَهُوَ رَدٌّ
“Wie iets toevoegt aan deze zaak (islaam) van ons wat er niet bij hoort, dan wordt het verworpen”
[al-Boekhaarie (#2697) en Moeslim (#1718)]

Maar wat toegestaan is: dat je de nacht doorbrengt in aanbidding, het geven van sadaqa en dergelijke, net zoals in de rest van de tien nachten.

En bij Allaah ligt het succes. Moge de salaat en salaam op onze Profeet Mohammed, zijn familie en metgezellen zijn.


Voorzitter: Shaykh ‘Abdoel-‘Aziez ibn Baaz
Vice-Voorzitter: Shaykh ‘Abdoer-Razzaaq ‘Afifie
Lid: Shaykh ‘Abdoellaah al-Ghoedayyaan

Bron: alifta.net, #9761

• Shaykh al-‘allaamah Mohammed ibn Saalih al-‘Oethaymien

“O moslims, wij bevinden ons in de maand sha’baan en wij zullen het over deze maand hebben in zes punten. Ik zal daarin verduidelijken wat verplicht voor mij is om te verduidelijken en ik vraag Allaah -de Verhevene- om mij en jullie te voorzien van profijtelijke kennis en goede daden.”

• Imaam Aboel-Faradj ibn al-Djawzie

Toen kwam er een groep mensen [van de soefies] en zij begonnen te spreken over honger, armoede, influisteringen en verbeeldingen. En ze schreven boeken hierover, zoals al-Haarith al-Mohaasibie heeft gedaan. Daarna kwamen anderen, die de weg van het soefisme verfijnden en het kenmerkten aan de hand van eigenschappen waarmee zij die onderscheidden door het dragen van opgelapte kledij, het luisteren [naar muziek], in extreme emoties uitbarsten, dansen en klappen. En zij onderscheidden zich door uit te blinken in hygiëne en reiniging.

Daarna bleef deze zaak (soefisme) zich verspreidden, en hun mashaayikh verzonnen verhalen voor hen en begonnen te spreken over mysterieuze gebeurtenissen die hen overkwamen. Dit bevestigt hun afstand van de geleerden. Sterker nog, dit bevestigt zelfs hun [verkeerde] visie over hun situatie en hun kennis; in zulke mate dat zij deze ‘de diepe kennis’ (al-‘ilm al-baatin) noemden, terwijl de kennis van de sharie`ah als ‘de oppervlakkige kennis’ (al-‘ilm ad-dhaahir) wordt beschouwd. Onder hen bevond zich diegene wiens honger ervoor zorgde dat hij verdorven fantasieën kreeg, waardoor hij liefde en passie beweerde te hebben voor de waarheid. Het leek alsof ze zich een figuur met een prachtig uiterlijk voor de geest haalden en er verliefd op werden. Deze [personen] bevinden zich tussen ongeloof en innovatie.

Daarna splitsten deze mensen zich in verschillende ordes en hun geloof raakte verdorven. Onder hen bevonden zich degenen die de visie aanhielden dat Allaah zich in Zijn schepping bevindt (al-hoeloel) en van hen waren er die de visie aanhielden dat de Schepper en de schepping in werkelijkheid één zijn (al-ittihaad)!

En Iblies ging zo verder hen te misleiden met verschillende soorten innovaties, totdat zij dit als een soennah voor henzelf hebben genomen.

Toen kwam Aboe ‘Abdirrahmaan as-Soelamie die het boek ‘as-Soennan’ voor hen schreef Hij stelde ook [het boek] ‘Haqaa’iqoe at-tafsier’ samen, waarin hij verbazingwekkende zaken over hen (de soefies) vertelt betreft hun interpretatie van de Qor-aan, gebaseerd op de [mystieke zaken] die hen overkomen zijn, zonder het terug te brengen naar één van de bronnen waar men kennis vandaan haalt -maar zij hebben deze geïnterpreteerd volgens hun overtuiging- en het vreemde in het overdrijven betreft voedsel en het gemakzuchtig omgaan met de Qor-aan.

Voorzeker, Aboe Mansoer Abdirrahmaan al-Qazaaz berichtte ons dat: Aboe Bakr al-Khatieb ons informeerde, hij zei: Mohammad bin Youssef al-Qattaan an-Naysaboerie zei tegen mij: “Aboe ‘Abdirrahmaan as-Soelamie is onbetrouwbaar. Hij heeft geen [overleveringen] gehoord van al-Assam behalve een klein aantal. Maar toen al-Haakim Aboe ‘Abdillaah bin al-Bay’ stierf, begon hij te overleveren van al-Assam uit ‘Taariekh Yahyaa bin Ma’ien’ en andere boeken. En hij verzon overleveringen voor de soefies.”

Aboe Nasr As-Sarraadj schreef een boek voor hen genaamd ‘al-Loema’ fi attasawwoef’ waarin hij verschrikkelijke geloofspunten en afgrijselijke uitspraken deed, waarvan we later een aantal zullen vermelden, met de Wil van Allaah -de Verhevene-.

En Aboe Taalib Al-Makkie schreef voor hen [het boek] ‘Qoet al-Qoloeb’ waarin hij verworpen overleveringen vermeldde, die niet teruggebracht kunnen worden naar wat voor bron dan ook zoals gebeden tijdens de dag en nacht evenals andere verzonnen [overleveringen]. Hij vermeldde [in het boek] ook verdorven geloofsovertuigingen en herhaalde uitspraken zoals: “Een aantal van de moekaashifien¹ hebben gezegd…” Dit soort woorden zijn nutteloos. En hij vermeldde [in het boek] over sommige soefies, dat Allaah zichzelf onthult aan Zijn awliyaa (vromen) in deze wereld.

Aboe Mansoer al-Qazaaz berichtte ons: Aboe Bakr al-Khatieb informeerde ons, zeggende: Aboe Taahir Mohammed bin al-‘Oellaaf zei: “Aboe Taalib alMakkie ging naar [de stad] al-Basrah, na de dood van Aboel-Hoesayn bin Saalim en nam zijn mening aan. Toen reisde hij naar Baghdaad en de mensen verzamelden zich om hem heen, tijdens een lezing van hem. Echter raakte hij verward in zijn woorden. Men heeft onthouden dat hij zei: “Niets is schadelijker voor de schepping dan de Schepper.” Dus de mensen verklaarden dat hij een innoveerder was en boycotten hem. Dus hij gaf daarna geen lezingen meer.”

Al-Khatieb zei: “Aboe Taalib Al-Makkie schreef een boek in de taal van de soefies genaamd ‘Qoet al-Qoloeb’ waarin hij vele afgrijselijke en afstotende dingen vermeldde over de eigenschappen [van Allaah].”

Toen kwam Aboe Noe’aym al-Asbahaanie die een boek voor hen schreef genoemd ‘Hilyat al-Awliyaa’, waarin hij vele slechte en afgrijselijke zaken vermeldde over het soefisme. En zonder schaamte zei hij dat Aboe Bakr, ‘Omar, ‘Othmaan, ‘Alie en de rest van de hooggeplaatste metgezellen -radiaAllaaho ‘anhom- ook Soefies zijn! Dus in dit boek vernoemt hij wonderbaarlijke zaken die hen overkomen zijn. Hij zegt ook dat Shoerayh de rechter, al-Hasan al-Basrie, Soefyaan ath-Thawrie en Ahmad bin Hanbal zich onder hen (de soefies) bevonden.

Zo ook vermeldde as-Soelamie in [zijn boek] ‘Tabaqaat as-Soefiyyah’ dat alFoedayl [bin ‘Iyaad], Ibraahiem bin Ad-ham en Ma’roef al-Koerkhie soefies waren, door naar voren te brengen dat het mensen waren die afstand namen van het wereldse leven en haar luxe.

Dus soefisme is een methode die bekend staat om het overdrijven in onthechting van de wereldse luxe (zoehd). Wat het verschil is tussen de twee, is dat niemand ooit zoehd afgekeurd heeft, terwijl het soefisme wel afgekeurd werd vanwege datgene wat we later zullen vermelden.

‘Abdelkariem bin Hawzaan al-Qoeshayrie schreef voor hen het boek ‘ar-Risaalah’, waarin hij verbazingwekkende zaken noemt zoals gepraat over al-fanaa (vernietiging) en al-baqaa (blijvend), al-qabd (samentrekking), al-bast (uitzetting), al-waqt (het moment), al-haal (trance), al-wadjd (conclusie) en al-woedjoed (bestaan), aldjam’ (verbond) en tafaroqqah (scheiding), as-sahoe (duidelijkheid) en as-sakr (dronkenschap), adh-dhawq (smaak) en ash-sharaab (drank), almahwo (uitwissing) en al-ithbaat (bevestiging), at-tadjallie (manifestatie) en al-moehaadarah (aanwezigheid), al-moekaashafah (ontsluiering) en al-lawaaih (flits), at-tawaali’ (opkomst) en al-lawaami’ (glans), at-takwien (vorming) en at-tamkien (bedrevenheid), ash-sharie’ah (wetgeving) en al-haqieqah (realiteit) en andere gekkigheden die nergens toe leiden. En zijn tafsier is zelfs vreemder dan dit!

Toen kwam Mohammed bin Taahir al-Maqdisie die ‘Safwat attasawwoef’ voor hen schreef, waarin hij zaken vermeldde waar elke verstandige persoon zich voor zou schamen om te vermelden! We zullen, met de wil van Allaah -de Verhevene-, datgene noemen wat geschikt is.

Onze shaykh Aboe al-Fadl bin Naasir al-Haafid zei: ibn Taahir hing de leer aan van al-ibaahah (permissie). Hij zei: hij heeft een boek geschreven waarin hij toestaat om te kijken naar jonge mannen. Hij heeft daarin een verhaal vermeld van Yahyaa bin Ma’ien dat hij zei: ik heb een mooi jong meisje gezien -sallallaaho ‘alayhaa-, er werd tegen hem gezegd: doe je salaat op haar!? Hij zei: moge de salaat van Allaah op haar en elke mooie man zijn. Onze shaykh ibn Naasir zei: ibn Taahir behoort niet tot de betrouwbaren.²

Toen kwam Aboe Haamid al-Ghazaalie die het boek ‘Ihyaae ‘oeloem addien’ voor hen schreef, gebaseerd op de methodiek van de [soefie] mensen, wat vol staat met overleveringen zonder basis terwijl hij niet weet dat ze vals zijn. Hij sprak over de kennis van al-moekaashafah en hij nam afstand van de principes van fiqh. En hij zei: ”Voorzeker de planeten, de zon en de maan die Ibraahiem -vrede en zegeningen zij met hem- zag, waren in wezen de sluiers³ van Allaah -‘azza wa djalla-. Hij bedoelde niet het bekende.” En dit is van de uitspraken van al-baatiniyyah.4

Hij (al-Ghazaalie) zei ook in het boek ‘al-Mofsih bil-ahwaal’: “Terwijl de soefies wakker zijn zien zij de engelen en de zielen van de Profeten, horen zij hen en verkrijgen zij nuttige zaken van hen. Daarna ontwikkelt deze staat zich van het zien [van hun] beelden tot het niveau wat niet te beschrijven is.”

De reden waarom deze personen deze zaken schreven was hun minimale kennis van de soennah, de islaam en de overleveringen, evenals hun toewijding aan datgene wat zij goedkeurden betreft de weg van de mensen (soefies). Ze gaven slechts hun goedkeuring vanwege hun prijzing van de zoehd die zich in hun zielen vestigde. Ze kenden geen enkele situatie die beter was dan de situatie van deze mensen (soefies) betreft hun uiterlijk, noch enige spraak die aangenamer is dan hun spraak, terwijl ze in de biografieën van de selef een soort hardheid terugvonden.

Daardoor begonnen de mensen heel sterk naar deze personen (soefies) te neigen. Dit is vanwege datgene wat we eerder al vermeld hebben; dat het een methode is die aan de buitenkant gekenmerkt werd door reinheid en aanbidding, terwijl de inhoud draaide om vrije tijd en het luisteren naar muziek, waar de ziel naar neigt. En de eerste soefies namen afstand van de koningen en de leiders maar ze werden vrienden.

Het merendeel van deze boeken die voor hen zijn samengesteld kunnen niet worden teruggebracht tot enige [authentieke] bron. Ze zijn echter slechts gebaseerd op mystieke gebeurtenissen die een enkeling overkwam en zij hebben overgeleverd van elkaar en deze verzameld. Dit noemden ze diepe kennis (al-‘ilm al-baatin).

De overlevering met ketting tot Aboe Ya’qoeb Ishaaq bin Hayya zei: “Ik hoorde Ahmad bin Hanbal toen hem gevraagd werd over influisteringen en fantasieën, dat hij antwoordde: ‘De sahaabah en de taabi’ien spraken nooit over dergelijke zaken.”

Bron: Talbies Iblies, p. 158-161


[1] Vertaler: De soefies die de status van kashf (ontsluieren) hebben bereikt. Kashf is de eerste bron van kennis bij hen, dit gebeurt door ontmoetingen in wakkere of slapende staat waarbij men achter ‘de sluier’ kan kijken en kennis kan verkrijgen van het ongeziene en andere zaken. Er zijn vijf niveaus: kennis nemen van al-Khidr -vrede zij met hem-, van de Profeet -zegeningen en vrede zij met hem-, via ingevingen van Allaah -de Verhevene- of anderen, via fysionomie en stemmen die men hoort van Allaah -de Verhevene- of anderen.
[2] Vertaler: Het verhaal over imaam Yahyaa bin Ma’ien is dus een leugen.
[3] Vertaler: De soefies bedoelen hiermee de sluier tussen Allaah en de soefie die hij kan breken en zo kennis kan verkrijgen.
[4] Vertaler: Al-qaraamitah, al-fatimiyyien, an-nosayriyyah, al-ismaa’ieliyyah etc sekten van al-baatiniyyah zijn erger in geloof dan de joden en christenen. Zie al-fataawaa al-kobraa van imaam ibn Taymiyyah vol.3, p505.

• Shaykh al-‘allaamah Saalih ibn Fawzaan al-Fawzaan

Vraag: Moge Allaah u het goede schenken. Wat is de correctheid van de uitspraak ‘De adhaan van ‘Othmaan is een innovatie en dwaling’?

• Shaykh al-‘allaamah al-Haafid al-Hakamie

Vraag 85: Wie zijn al-waaqifah en wat is het oordeel over hen?

• Shaykh al-‘allaamah Ahmed ibn Yahyaa an-Nadjmie

Vraag: Nobele shaykh Ahmed bin Yahyaa an-Nadjmie , moge Allaah u behouden. Wij verlangen dat u de volgende zaak aan ons verduidelijkt: wat is uw mening over de uitspraak van sommige jongeren: ‘Ik aanvaard van niemand de uitspraak dat die-en-die een innoveerder of hizbie is tot ik het van hemzelf heb gehoord [dat hij deze uitspraken heeft gedaan waardoor hij tot hizbie of innoveerder is verklaard]’?

• Shaykh al-‘allaamah Saalih ibn Fawzaan al-Fawzaan

Vraag: Wat is het verschil tussen [een daad] beschrijven dat het ongeloof is en overtuigd zijn van het oordeel van ongeloof over een specifiek individu?

• Shaykh al-‘allaamah Saalih ibn Fawzaan al-Fawzaan

Vraag: Wie mag een persoon tot ongelovige verklaren?

• Shaykh al-‘allaamah Saalih ibn Fawzaan al-Fawzaan

Vraag: Moge Allaah u het goede schenken, edele shaykh. Deze vraagsteller zegt: Is het toegestaan verklaren [van iets wat haraam is] middels een daad ongeloof? Is het geven van vergunningen aan bars -waarin alcohol wordt gedronken-, discotheken, bioscopen, theaters of banken waarin wordt gerentenierd…staat het verrichten hiervan gelijk aan het toegestaan verklaren wat resulteert in ongeloof?

• Shaykh al-‘allaamah Saalih ibn Fawzaan al-Fawzaan

De vraagsteller zegt: Is het voor een leek toegestaan om takfier (iemand ongelovig verklaren) te verrichten op iemand die datgene ontkent wat noodzakelijkerwijs bekend is in de religie. Zoals [de verplichting van] het gebed en het verbod op ontucht?

E-mail nieuwsbrief